Vul een zoekwoord in:

Beoordelen metselwerkuiterlijk met BRL 2826-1 metselwerkconstructies

De term ‘mooi’ is subjectief en hangt samen met persoonlijke smaak. Tegelijk is het uiterlijk van metselwerk een optelsom van een reeks objectieve factoren. Denk aan variatie in voegbreedtes, het verloop van de voegen of het ‘uitbuiken’ van een gevelvlak. De zojuist herziene BRL 2826-1 Metselwerkconstructies helpt bij het specificeren én beoordelen van het werkuiterlijk van baksteenmetselwerk

In BRL 2826-1 worden de criteria voor alle relevante aspecten van metselwerk-uiterlijk objectief beschreven. 

Denk aan bijvoorbeeld de zes oppervlaktecriteria: vlakheid, stootvoegbreedte, aan de draad metselen van de lintvoeg, lintvoegrichting (waterpas), lagenmaat (lintvoegdikte) en regelmaat metselverband. Er zijn twee klassen: voor metselwerk met standaard of hoge eisen aan het uiterlijk. Ook wordt het maken van afspraken met een referentiemuur beschreven. Tenslotte wordt de methodiek voor het beoordelen en meten uitgewerkt, inclusief voorbeelden van benodigde meetapparatuur.

Afspraken maken

De BRL is in eerste instantie een proces-BRL en bedoeld om metselbedrijven te certificeren. Dat geeft zekerheid over het resultaat van de prestatie. Maar natuurlijk kan iedereen BRL 2826-1 benutten. Bij het maken van concrete afspraken in bestekken, andere contractstukken en/of met behulp van een referentiemuur. STABU (bekend van de besteksystematiek) werkt op verzoek van KNB momenteel aan de actualisatie van dit onderwerp in hun systematiek.

Lees hier het herziene KNB-infoblad 37 Criteria oppervlaktebeoordeling metselwerk.

Gepubliceerd op: 01-09-2022