Vul een zoekwoord in:

GWWTotaal 9 september 2025 - Het natuurstenen Leidseplein in baksteenstad Amsterdam

 

Mensen op het vernieuwde Leidseplein met natuurstenen bestrating en bomen.

Leidseplein. Foto: Jakob van Vliet

“De bestrating van het Leidseplein was ook vóór de renovatie bepaald geen bakstenen paradijs. Het was een lappendeken van 16 verschillende materialen: betonsteen, asfalt, baksteen en betontegels.”

Aan het woord is Ruwan Aluvihare, destijds senior hoofdontwerper bij de Gemeente Amsterdam: “De keuze voor granieten bestrating van het plein was een heel bewuste. Toen de gemeente twee opties voorlegde – baksteen of natuursteen – ging men unaniem voor graniet. De algemene opvatting is dat baksteen mooi en gezellig is, maar natuursteen meer allure heeft,” legt Aluvihare uit. “Maar je kunt een plein niet gezellig maken met materiaal. Alleen ménsen maken een plein gezellig.”

Portugees graniet

Voor de bestrating koos de gemeente voor de allure van Portugees graniet. Daarbij speelden ook praktische overwegingen mee. Aluvihare: “De hardheid en mate van poreusheid zijn voor zo’n plein enorm belangrijk. Een weggegooid friteszakje kan een grote vlek achterlaten. Daarvoor hebben we proefstroken gelegd, bij wijze van IKEA-test.

Voor slechtzienden werden witte granieten lijnen aangebracht langs fietspaden. Voor blinden kwamen er tactiele stenen met noppen. En er is een hellingbaan voor rolstoelgebruikers. Al deze inclusieve voorzieningen zijn in baksteen lastiger te realiseren.”

Puccini-methode

Die voorkeur voor graniet past niet direct in het Amsterdamse straatbeeld, zou je denken. De hoofdstad hanteert sinds 2002 de ‘Puccini-methode’: een standaardisering waarbij baksteen in de openbare ruimte van de oudere delen van de stad het hoofdmateriaal is.

De methode kwam voort uit frustratie. “Tijdens een fietstochtje door Amsterdam zag ik vooral chaos. Elk stadsdeel deed zijn eigen ding, in materiaalkeuzes, stijl, smaak. Het miste elke samenhang en eenduidigheid.

Met de Puccini-methode kreeg de stad weer een coherente uitstraling in de openbare ruimte.”

Fietspad met rode baksteenbestrating in Amsterdam, onderdeel van de Puccini-methode.

De Ruijterkade (2018) Foto: Vandersanden

Puccini bonbons

Waar komt de naam Puccini vandaan? “We hadden een eerste projectvergadering met directeuren, wethouders, stadsdeelvertegenwoordigers om 4 uur in de middag. Bij de koffie en thee serveerden we Puccini bonbons,” vertelt Ruwan Aluvihare geamuseerd. “Dat is een begrip in Amsterdam. Puccini Bomboni is een gerenommeerde ambachtelijke chocolatier. Het bedrijf maakt sinds 1987 volgens eigen receptuur bonbons waarbij alleen natuurlijke ingrediënten worden gebruikt. Eén van de directeuren suggereerde toen: dit project moet geen saaie naam krijgen. De werkgroep vond het passend: de ambachtelijke bonbons stonden symbool voor wat ze wilden bereiken in de openbare ruimte.”

Amsterdamse School

Amsterdam en de Amsterdamse School zijn onlosmakelijk verbonden. Baksteen vormt de kern van die architectuurstroming. De Puccini-methode borduurt daarop voort door baksteen centraal te stellen in de openbare ruimte. Aluvihare: “De binnenstad bestaat bijna volledig uit baksteen. Bij elke herinrichting kiezen we daar voor baksteen. Tot aan de ring wordt sowieso enorm veel baksteen toegepast. Ook straten en stoepen zijn vaak van baksteen, net als de zogenoemde Rode Loper, op de straten boven de metrotunnels van de Noord/Zuidlijn. Hiermee werd het voorheen vaak rommelige straatbeeld opgeschoond.”

Decoratief metselwerk

Hoewel het Leidseplein een natuurstenen bestrating kreeg, geeft de nieuwe ondergrondse fietsenstalling onder het Kleine-Gartmansplantsoen een kunstzinnige knipoog naar de liefde voor baksteen. Het ontwerp van de entrees van de stalling is een ode aan een van de eerste echte Amsterdamse School-bruggen, ‘brug 198’ over de Lijnbaansgracht. Stadsarchitect Joan van der Meij ontwierp de brug in 1914 met het zo kenmerkende decoratieve metselwerk.

Beeldend kunstenaar Hans van Houwelingen werd door Aluvihare gevraagd om zijn kunstwerk ‘Blaauw Jan’ met 40 levensechte, bronzen hagedissen in zijn nieuwe ontwerp voor het Leidseplein terug te brengen. Het kunstwerk werd in 1994 geïnstalleerd op het Kleine-Gartmanplantsoen en in april 2021 op dezelfde plek teruggeplaatst.

Ook kwam hij met het idee om deze ‘halve’ brug heel te maken door de architectuur van de brug te kopiëren bij de ingang van de stalling. ZJA Architects & Engineers integreerde dit idee in samenwerking met Van Houwelingen in het ontwerp voor de stalling. “Een verwijzing naar de geschiedenis,” aldus Aluvihare. “Met superkwaliteit bakstenen hebben we die monumentale brug gekopieerd om de varanen, leguanen en agames een nieuw thuis te geven.”

Entree ondergrondse fietsenstalling Leidseplein met verwijzing naar de Amsterdamse School.

Entree ondergrondse fietsenstalling; ode aan Amsterdamse School-brug ‘brug 198’ over de Lijnbaansgracht. Foto: © ZJA Architects & Engineers

Stille schildwachten

De ondergrondse stalling biedt plaats aan 2000 fietsen in een heldere, lichte ruimte. De achterwand van warmrode baksteen verbindt de ondergrondse wereld met de geschiedenis bovengronds; een knipoog naar de verdwenen brug. Het speelse kunstwerk laat verleden en heden, brug en plein, naadloos in elkaar overlopen. De 40 bronzen reptielen op het plein waken als stille schildwachten over de fietsen in de diepte.