Vul een zoekwoord in:

Een gevelrestauratie die de stad omarmde

Het pand uit 1924 dat veel Bosschenaren kennen als “Het Zuiden” dankt zijn bijnaam aan de fotozaak die er jarenlang gevestigd was. In de jaren zestig kreeg het gebouw een modern jasje van marmer en nieuwe kozijnen. Toen dit marmer later werd overschilderd en deels vervangen door multiplex, bleef een vermoeide gevel over waarin de oorspronkelijke kwaliteit nog maar moeilijk leesbaar was.

Het idee om het gebouw zijn waardigheid terug te geven, niet door te reconstrueren, maar door te vertalen, kwam van architect Miel Wijnen. De nieuwe eigenaar, Mitchel Nijholt, omarmde deze visie en maakte deze aanpak mogelijk.

Historisch beeldmateriaal liet een heldere gevelopbouw zien: onderin metselwerk in liggend verband, daarboven een karakteristieke strook van ongelijkvormige, bijna vierkante bakstenen als ornament boven de kozijnen. Juist dit kenmerkende deel bleek onherstelbaar beschadigd. Bovendien zijn bakstenen uit het interbellum in maat, kleur en baksel nauwelijks overtuigend te reproduceren, waardoor een letterlijke reconstructie zou vervallen in een pastiche.

Daarom is bewust gekozen voor een eigentijdse vertaling. Via Studio Christine Jetten werd een bronsglazuur ontwikkeld dat qua textuur en levendigheid aansluit bij het bestaande metselwerk, zonder het te imiteren. De samenstelling van het glazuur is specifiek afgestemd op de ligging van het pand op de hoek, waar het zonlicht vrij spel heeft. Vooral in de late namiddag en bij zonsondergang lichten de geglazuurde strook boven de kozijnen en de kroonlijst op, waardoor de gevel gedurende de dag telkens van karakter verandert.

Voor deze karakteristieke strook zijn op maat gemaakte keramische elementen geproduceerd door Cor Unum, afgewerkt met hetzelfde glazuur. Waar vroeger ongelijkvormige bakstenen zaten, bevinden zich nu ongelijkvormige keramische elementen. Waar textuur ooit ontstond door vorm, ontstaat die nu door een samenspel van vorm en lichtreflectie. Het oorspronkelijke gevelprincipe uit 1924 is daarmee vertaald naar een hedendaagse materialisatie.

De nieuwe stalen puien vormen een ingetogen kader dat het keramiek en het bestaande metselwerk alle ruimte geeft. Voor de toepassing van steenstrips is samengewerkt met Vandersanden. Boven de zorgvuldig herstelde plint zijn vier appartementen gerealiseerd, waardoor het gebouw opnieuw volwaardig deel uitmaakt van de stad.

Wat dit project bijzonder maakt, is de sterke keten van lokaal vakmanschap: glazuurontwikkeling in ’s-Hertogenbosch via Studio Christine Jetten, keramiekproductie door Cor Unum en steenproductie in de regio door Vandersanden. De gevel is niet samengesteld uit standaard catalogusmaterialen, maar opnieuw ontworpen en vervaardigd.

Het project werd bekroond met de publieksprijs van Beste Bossche Gebouw 2020–2025 in de categorie Klein. Bij de transformatie speelde de toepassing van baksteenstrips een belangrijke rol in het zorgvuldig renoveren en herstellen van de gevel. Deze aanpak gaf het gebouw zijn karakter terug, met respect voor het bestaande én in een eigentijdse uitvoering. De publieksprijs onderstreept bovendien de brede waardering vanuit de stad: Bosschenaren zijn er duidelijk dol op.

Opmerkelijk is dat het pand geen gemeentelijk monument is. Juist die vrijheid maakte het mogelijk om buiten strikte erfgoedkaders te werken en te ontwerpen met respect voor de historische logica van het gebouw.

Het resultaat is een gebouw dat niet teruggrijpt naar 1924 en ook niet blijft steken in de jaren zestig, maar overtuigend laat zien dat het in deze tijd met zorg, ambacht en visie is vernieuwd. Een vanzelfsprekende verrijking van de Bossche binnenstad.

  • Lees hier het document dat voor de jury is ingediend, waarin de materiaalkeuzes nader worden toegelicht.
  • Fotografie: Miel Wijnen