Vul een zoekwoord in:

Column Cobouw 22 april - Minister voor of van Bouwzaken?

Tijdens de recente verkiezingen kreeg de bouw- en woningmarkt volop politieke aandacht. Een Minister voor Bouwzaken wordt breed gewenst. Een Minister van Bouwzaken is nog beter. Over artikel 44 Grondwet en onze huisvesting.

Bouw- en woningzaken staan opnieuw hoog op de politieke agenda. Kennelijk is 20 jaar de termijn die daarvoor staat.

In 1980 scandeerden krakers ‘geen woning, geen kroning’. Oorzaak was onder meer een tekort aan betaalbare huur en speculatie met onroerend goed. Centrale maatregelen stuwden het bouwvolume tot ruim 100.000 stuks per jaar. Kunstmatige schaarste aan bouwgrond als financieringsmodel maar ook de verzelfstandiging van woningcorporaties werkten tegenovergesteld. De bouwproductie liep sterk terug.

In 2001 stelde toenmalig VROM-staatsecretaris Remkes een Taskforce Woningbouwproductie in. Overheid en partijen in de bouwketen namen zitting, ik namens NVTB. De Taskforce was ambitieus: de bouwproductie moest a-b-s-o-l-u-u-t omhoog naar 100.000 per jaar. Trefwoorden werden ‘verstopte pijplijn’ en ‘bord spaghetti’. Ondanks Aanjaagteams, een Werkwijzer Woningbouw, Knelpuntenmonitor, Agenda Bouwregelgeving etc. daalde de productie eerder dan dat deze steeg. De latere crises maakte het er niet beter op.

Anno 2021 is gebrek aan passende en betaalbare woonruimte meer geworden dan een vraag om goede volkshuisvesting alleen. Het dreigt aanjager te worden van diepere onvrede. Niet zonder reden is er elf jaar na sluiting van het Ministerie van VROM een hernieuwde wens tot meer centrale aansturing. Dat heeft te maken met de bouwopgave maar ook het stikstofdossier en de energietransitie (windmolens, zonneparken) vragen meer samenhangende aandacht voor de leefomgeving.

Het maakt van de bouwsector de komende jaren een belangrijke sector. Waarbij helpt als aan de (in)formatietafel de juiste beslissingen worden genomen. Dan kan het niet anders dan dat straks op het bordes met de Koning ook een Minister voor Bouwzaken of Ruimte of Leefomgeving staat. Een 'Minister 'van' is nog beter. Anders dan de ook in artikel 44 Grondwet genoemde projectminister, met hoogstens een afgeleide verantwoordelijkheid voor een afgebakend beleidsterrein, heeft een ‘Minister van’ tenminste een eigen portefeuille met departement en ambtenaren en wordt deze meer dan symbool alleen.

Mr Ewald L.J. van Hal

Directeur vereniging Koninklijke Nederlandse Bouwkeramiek, namens NVTB

Lees de column op de website van Cobouw