Vul een zoekwoord in:

Amsterdam kiest voor kwaliteit: waarom certificering cruciaal is voor veilige straten

Als senior adviseur assetmanagement Wegen bij de Gemeente Amsterdam weet Marcel van Hallem precies waarom het keuren van straatbaksteen een randvoorwaarde is voor veilige straten.

Straatbaksteen op het Ten Kateplein in Amsterdam toegepast volgens eisen voor straatbaksteen certificering.

Ten kateplein Amsterdam, foto: Wienerberger

Amsterdam is, samen met Den Haag en Rotterdam, een van de grootste verwerkers van straatbaksteen. De schaal is indrukwekkend: “Jaarlijks gaan er zo’n 200 miljoen straatbakstenen de grond in. 40 tot 60 procent van onze projecten bestaat uit herbestrating,” vertelt Marcel van Hallem. “De rest is volledig nieuwe aanleg.”

Puccini-methode

Die omvang vraagt om duidelijke keuzes. Voor Amsterdam staat vast dat kwaliteit vóór prijs gaat. “We willen grip houden op prestaties en levensduur,” zegt Van Hallem. Daarom laat de gemeente uitsluitend KOMO-gecertificeerde materialen toe die voldoen aan BRL 2360, de beoordelingsrichtlijn die eisen stelt aan kwaliteit, productieproces en productielocatie van straatbakstenen.

Onze hoofdstad hanteert sinds 2002 de zogeheten Puccini-methode: een standaardisering voor de inrichting van de openbare ruimte, gericht op samenhang, kwaliteit en duurzaamheid. In straten met een klassieke of historische uitstraling, zoals in de binnenstad en de grachtengordel, speelt straatbaksteen een belangrijke rol. De rijbaan (voor auto’s) wordt hier vaak uitgevoerd in klinkers, net als het trottoir, met name in smalle, autoluwe straten en steegjes. Parkeervakken op trottoirniveau krijgen doorgaans een eigen invulling in dikformaat klinkers. Ook steegjes en erfachtige plekken worden vaak volledig in klinkerverharding uitgevoerd. Op wegen met een zwaardere verkeersfunctie, zoals hoofdnetten en gebiedsontsluitingswegen, blijft asfalt echter het gangbare materiaal.”

Vakman pur sang

In het College van Deskundigen van KIWA werkt Marcel van Hallem nauw samen met onder meer keurmeester Wouter van Hees. “We zitten beiden in veel werkgroepen waar we de kwaliteitsnormen voor bestrating in Nederland bespreken en aanscherpen,” zegt Van Hallem. “Van Hees vertaalt die afspraken naar het werkveld en bezoekt met zijn collega’s alle Nederlandse leveranciers van straatbaksteen. Wouter is een vakman pur sang.”

Herinrichting van de Vijzelgracht in Amsterdam met gecertificeerde straatbaksteen in historisch straatbeeld.

Vijzelgracht Amsterdam, foto: Vandersanden

Centrale inkoop

Die focus op kwaliteit vertaalt zich in de organisatie van de inkoop. Met twaalf jaar ervaring bij het gemeentelijk materiaalbedrijf kent Van Hallem het systeem van binnenuit. “Centrale inkoop zorgt voor uniformiteit in de hele stad. Materiaal uit Noord past net zo goed in Zuid.” Dat maakt standaardisatie niet alleen efficiënt, maar ook beheersbaar.

Uniforme, gecertificeerde materialen maken hergebruik vanzelfsprekend. “Als we in Noord straatbakstenen uithalen, kunnen we die elders in de stad opnieuw toepassen, omdat de kwaliteit gelijk is,” aldus Van Hallem.

Openbare ruimte op de VU Campus Amsterdam met straatbakstenen die voldoen aan straatbaksteen certificering.

VU Campus Amsterdam, foto Wienerberger

Ergonomisch straatwerk

Goede straatstenen vragen om vakmensen. Daarom werkt Amsterdam met het SEB‑certificeringssysteem voor stratenmakers. Deze vrijwillige kwaliteitsnorm borgt kwaliteit via eisen aan opleiding, arbobeleid en vakbekwaamheid. “Aan onze projecten werken uitsluitend gecertificeerde stratenmakers,” aldus Van Hallem.

Van bagger tot bouwstof

Van Hallem benadrukt dat innovatie in de baksteenbranche belangrijk is, maar altijd binnen strikte kwaliteitskaders. Voor Amsterdam blijft de boodschap helder: kwaliteit en veiligheid staan voorop, wat betekent dat alleen gecertificeerde materialen volgens BRL 2360 worden toegepast. Tegelijkertijd kijkt hij vooruit: “Studenten onderzoeken momenteel of uit baggerspecie de kleicomponent gewonnen kan worden voor straatbakstenen. Nederland heeft enorme hoeveelheden baggerslib, en als je dat kunt omzetten in grondstoffen, creëer je waarde uit afval.” Zo opent zich een nieuwe veelbelovende weg naar circulair materiaalgebruik.