Vul een zoekwoord in:

Klei biedt circulaire bouweconomie meerwaarde

Afbeelding: © F. van Alphen

Afbeelding: © F. van Alphen

Afbeelding: © F. van Alphen

Afbeelding: © F. van Alphen

Een duurzame winning en goed gebruik van primaire bouwgrondstoffen uit Nederland zoals zand, grind en klei spelen een doorslaggevende rol om een circulaire bouweconomie te realiseren. Bovendien draagt de winning hiervan bij aan de realisatie van verwante beleidsdoelen zoals klimaatadaptatie, waterveiligheid en de ontwikkeling van nieuwe natuur. Dit bleek tijdens het symposium Primair Circulair op dinsdagochtend 9 oktober in Nieuwspoort/Den Haag.

Met het symposium beogen de initiatiefnemers, de Gelderse natuur- en milieuorganisatie (GNMF) en twee koepels van bouwgrondstofwinnende en -verwerkende sectoren (FODI en KNB), de circulaire meerwaarde van primaire bouwgrondstoffen beter over het voetlicht te krijgen. Door de grote bouwopgave stijgt in Nederland de vraag naar bouwgrondstoffen. Herbruikbare materialen en secundaire grondstoffen zijn hard nodig, maar zijn  bij lange na niet voldoende in hoeveelheid of kwaliteit voorhanden om aan de vraag te voldoen.

Prof. Taco van Hoek, directeur van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB), rekende de aanwezigen voor dat er tot 2030 een miljard ton (exclusief ophoogzand) aan grondstoffen nodig is om aan de gestelde bouwopgave te kunnen voldoen. Het beschikbare volume aan herbruikbare en secundaire grondstoffen groeit weliswaar, maar blijft met 383 miljoen tot 2030 op ruim een derde van de vraag steken. Dit, maar zeker ook de  vragen over de kwaliteit van deze secundaire grondstoffen, geven volgens Van Hoek alle reden om eerst goed zicht te krijgen op de reikwijdte, kosten en baten van verschillende oplossingsrichtingen en wetgevingstrajecten

Circulair is meer dan hergebruik alleen
De Dutch Green Building Council, vertegenwoordigd door Rudy van der Helm, ging in op de gloednieuwe DGBC-beoordelingsmethode om de circulariteit van een gebouw te bepalen. Deze methode, op gebouw- en materiaalniveau, omvat zeven thema’s en is meer dan het bewust omgaan met materialen. De mate van herbruikbaarheid van materialen die vrijkomen na een levenscyclus bepalen mede de waarde en duurzaamheid van een gebouw.

Prof. Co Verdaas, hoogleraar Gebiedsontwikkeling aan TU-Delft, hield als visionair een pleidooi voor denken in kansen en vanuit de meervoudige dimensies van circulariteit. De verbinding van tijd, techniek, organisatie en ontwerp schept ruimte, zowel mentaal als fysiek, voor circulariteit. Daar kan ook de winning en gebruik van primaire grondstoffen in passen. Verdaas riep op tot een onderzoekende dialoog van betrokkenen met een open mind en scherp oog voor biodiversiteit, gezondheid en welbevinden.

Dat de dialoog tussen natuur, milieu en economie tot prima resultaten kan leiden werd getoond door Petra Souwerbren, directeur van de GNMF. Zij ziet al veel goede voorbeelden van ‘win win’-situaties voor natuur (en recreatie) en delfstofwinning, met langs de rivieren ook belangrijke baten voor hoogwaterveiligheid. Winning blijft ook in de toekomst nodig, maar wel op de juiste wijze en niet altijd of overal. Klimaatverandering is voor natuur en leefomgeving bedreiging nummer één. Daarom is een grote inspanning voor het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen noodzakelijk, zowel bij primaire winning als bij winning van secundaire grondstoffen.