Nieuws

KNB jaarverslag 2012, ongeloof over heden, geloof in de toekomst

Velp, 12 april 2013

"De politiek veronachtzaamt het grote belang van de bouw- en woonmakrt voor onze economie en miskent de urgentie om passende maatregelen te nemen", aldus KNB-voorzitter Dick Tommel bij de presentatie van het KNB Jaarverslag 2012.

Het jaarverslag van de vereniging Koninklijke Nederlandse Bouwkeramiek (KNB) schetst in vogelvlucht de belangrijkste onderwerpen voor de georganiseerde producenten van baksteen, keramische dakpannen, -tegels en rioleringen in 2012. De uitgave biedt inzicht in de activiteiten van KNB in 2012 en geeft naast feiten ook meningen over de situatie in en rond de bouw- en woonmarkt.

Klik hier om het KNB Jaarverslag 2012 in te zien.

Historische tijden
Uit het Jaarverslag blijkt hoe slecht de markt voor nieuwe woningen functioneert. De afzet metselbaksteen zakte 17% ten opzicht van 2011 terwijl de binnenlandse afzet maar liefst 42% lager is dan in 2008 (het jaar waarin de crises begon). Niet eerder in de laatste vijftig jaar werd zo weinig metselbaksteen afgezet! De Nederlandse straatbaksteenindustrie zette circa 6% minder af dan in 2011.

Doorbijten
Ondanks de beroerde cijfers heeft KNB geloof in de toekomst. De onderliggende vraag op vooral de woningmarkt voor de langere termijn is goed. Door de terugloop in het woningaanbod zal de woningmarkt geleidelijk verkrappen en ook in de krimpgebieden blijft er behoefte aan renovatie en vervangende nieuwbouw. Op de middenlange termijn voorziet KNB wel nieuwe problemen zoals van betaalbaarheid en beschikbaarheid van woningen en van goed opgeleide vaklieden. In de tussenliggende tijd moet iedereen doorbijten en zich voorbereiden op een nieuwe toekomst.

Brug tussen verleden en toekomst
De rijke historische traditie van de bouwkeramische industrie geeft bewijs dat de sector toekomstgericht is. De sector heeft ambitie én potentie om in de duurzame samenleving van morgen een betekenende rol te spelen en daarin het verschil te kunnen maken. Het is bereid om verantwoordelijkheid te nemen voor haar activiteiten en de betekenis daarvan voor de sociale, economische, technische en geografische omgeving waarin deze plaats vinden.